Een jeugd tussen Korea en Japan
Geboren in 1923 in een door Japan bezet Korea, ontdekt Choi Yeong-eui de vechtkunsten al op negenjarige leeftijd, eerst bij een Chinese kempo-meester in Mantsjoerije. Op zijn vijftiende vertrekt hij naar Japan voor een vliegopleiding en neemt de naam Oyama aan — « grote berg ».
Geconfronteerd met racisme en ontberingen smeedt de jongeman een ijzeren karakter. In Tokio traint hij judo en boksen, en raakt dan gepassioneerd door het Okinawa-karate, dat hij met volharding bestudeert.


